rauw en ongezeefd

gisteravond heb ik warempel nog eens een gedicht geschreven, en nog wel geen onknap stukje ook voor mijn doen. je kunt het niet forceren, het komt wanneer het komt maar toch: het werd tijd. reden van de laattijdigheid? een te druk dagelijks leven, that's for sure, met onvoldoende effectieve tijd en goesting om de pen te confronteren met het witte blad. en absoluut, en nog steeds, nu wel al zo'n jaar of tien, het omgekeerde van een writer's block: ik weet helaas nog steeds niet echt wat eerst te schrijven. kiezen is verliezen, ik weet het, maar is dat een rechtvaardiging, laat staan dat het een keuze overtuigder maakt?

tijd nemen leer je met ouder worden. doseren evenzeer. en vanavond voor het slapengaan begin ik daarom niet een nieuw gedicht, maar herlees ik dat van gisteren. om velerlei redenen: checken of het de tand des 24 uurs doorstaan heeft bijvoorbeeld, toch een minimum om ooit de canon van de literatuur te betreden. want hoeveel malen heb ik niet in een roes gedacht het nieuwe poëtische summum te hebben geschreven, om dan 's anderendaags beschaamd het vermeende meesterwerk onder te brengen in mijn persoonlijk pantheon van verdienstelijke maar helaas onvoldoende probeersels.

ik blijf maar denken "wacht maar", maar mijn leven is natuurlijk niet oneindig. en ik schrijf te veel keer "maar" in één zin. echter: een kniesoor die daarop let.

de commentaren zijn gesloten.